top of page

Welke rol speelt kennis t.o.v. de samenleving?

  • 17 jan 2021
  • 5 minuten om te lezen

Om samenlevingen te begrijpen, moet ook de mens begrepen worden. De mens zoals wij die kennen behoort tot het geslacht homo en de soort sapiens. Het geslacht homo heeft door de jaren heen tal van soorten gekend. Denk aan de homo erectus of de homo neanderthalensis. Toch zijn het de homo sapiens die uiteindelijk aan het langste eind wisten te trekken. Dit komt door het zeer sociale karakter van de homo sapiens (de wijze mens). Door dit sociale karakter heeft de mens zeer gedetailleerde manieren van communicatie weten te ontwikkelen. Deze geavanceerde manier van communiceren gaf de mens een grote voorsprong op vele andere soorten. Zo konden ze namelijk niet alleen vertellen dat er een roofdier aankwam, maar ook waar deze zich bevond en op welk tijdstip het dier gezien is. Ook gaf het de mensen de mogelijkheid om over elkaar te roddelen, waardoor relaties tussen mensen groeide en er geavanceerdere samenwerkingen ontstonden (Harari, 2015).

De meest ingrijpende consequentie van de goede communicatie tussen homo sapiens was echter de mogelijk om in dingen te geloven die niet bestaan. Denk hierbij aan mythes en religies, maar ook aan regels en wetten. Over het algemeen wisten wezens van het geslacht homo te overleven in groepen van maximaal 150 individuen. Als dit aantal werd overstegen werden de relaties tussen de individuen te zwak. Een afslanking van de groep werd dan essentieel (Harari, 2015). De homo sapiens gingen echter geloven in ficties die door het collectief werden geaccepteerd. Door deze collectieve overtuigingen was het niet meer nodig om met iedereen een band op te bouwen. De collectieve overtuigingen zorgde namelijk direct voor een verbintenis tussen alle individuen in een groep. Dit principe heeft de homo sapiens de mogelijkheid gegeven om in grote groepen effectief te opereren en grote delen van de wereld te veroveren.


Hoeveel het de mens ook heeft gebracht, het idee van collectieve overtuigingen kent ook een duistere zijde. Denk aan de rassenproblematiek in Amerika. Tijdens het slavernijverleden is de collectieve overtuiging ontstaan dat zwarte mensen minderwaardig zijn. Deze collectieve overtuiging is tot de dag van vandaag zichtbaar. Nadat de slavernij is afgeschaft liepen zwarte mensen op gebied van welvaart achter. Het beeld dat zwarte mensen minderwaardig zijn is daarom altijd gebleven, omdat de collectieve overtuiging keer op werd bevestigd (Perry, 2007). Een centraal thema bij vicieuze cirkel als hierboven is vaak hiërarchie. Het indelen van mensen in klassen is een trend van alle tijden. Het geeft de mogelijkheid om direct te weten hoe je elkaar moet behandelen, zonder dat je elkaar persoonlijk moet leren kennen. Een hiërarchie is overigens ook een fictieve, collectieve overtuiging. Op biologisch niveau verschillen mensen nauwelijks van elkaar, het is een verzinsel van de mens dat de een specialer zou zijn dan de ander (Harari, 2015).

Ondanks de vele keerzijdes, kan een samenleving niet zonder collectieve overtuigingen. Zonder ze zouden we duizenden jaren terug in de tijd gaan waar individuen in groepen leven die niet groter kunnen zijn dan 150 mensen. Wanneer niemand meer zou geloven in regels en wetten, zou een samenleving ineenstorten. Het zijn juist de collectieve overtuigingen die homo sapiens zo groot heeft gemaakt. Onderwijzen zorgt ervoor dat de collectieve overtuigingen kunnen worden doorgegeven. Het effect hiervan was te zien tijdens de tweede wereldoorlog. Tijdens de oorlog liet Hitler al het onderwijs, al de berichtgeving en alle boeken bewerken zodat ze wisten aan te sluiten bij het ‘nieuwe’ collectief (Vogels, 2020). Wanneer er binnen een samenleving groepen ontstaan die niet overtuigd zijn van de collectieve overtuigingen, kan dat zorgen voor ontwrichting. Die ontwrichtingen kunnen we zien op wereldniveau wanneer landen met verschillende opvattingen met elkaar botsen.


Als we stellen dat onderwijs in dienst staat van de samenleving, moeten scholen onderwijzen in de collectieve overtuigingen die in de betreffende samenleving gelden. Omdat we in Nederland (gelukkig) mensen niet verplichten om in een religie te geloven en (gelukkig) geen dictator hebben waar we gezamenlijk achter staan, zijn het de regels en wetten die als de fundamenten van onze samenleving gelden. Deze fundamenten zijn in tegenstelling tot het hebben van een gezamenlijk god of dictator erg complex. Wanneer je gezamenlijk in eenzelfde God gelooft, geloof je allemaal in de verhalen en de gebruiken die daarbij komen kijken. In wetten en regels kan je moeilijk oprecht geloven wanneer je niet overtuigd bent van de waarde die ze hebben. Het volgen van wetten en regels heeft immers geen beloning die dusdanig groot is als toegang krijgen tot de hemel. Daarom is het des te belangrijker dat we op school de wetten en regels op verdiepende wijze aanbieden. Dus niet alleen vertellen welke waarde een regel vandaag de dag heeft, maar ook waar deze vandaan komt. Een andere belangrijke les die we uit de geschiedenis van samenlevingen kunnen trekken is dat het niet werkt wanneer iedereen andere opvattingen heeft over de collectieve overtuigingen. Voor het onderwijs betekent dit dat eenzelfde aanbod voor deze fundamenten niet onderschat mag worden.


In Nederland staan de collectieve overtuigingen onder druk. Het vertrouwen in de politiek gaat omlaag, demonstraties zijn een dagelijks terugkerend ritueel en de criminaliteit stijgt; er heerst veel onbegrip (Rennenberg, 2020). Zeker de laatste jaren zijn de normen en waarden die binnen de samenleving gelden punt der discussie. Neem als voorbeeld racisme. Racisme is per wet verboden, maar door verschil in normen en waarden binnen de Nederlandse bevolking is het toch punt van discussie. Het feit dat racisme per wet verboden is betekent dat normen en waarden, ondanks de vrijheid van meningsuiting, toch een grens kennen. De normen en waarden die mensen erop nahouden moeten namelijk wel aansluiten bij de wetten en regels die in Nederland gelden. Dit gegeven is overigens net zo goed een collectieve overtuiging, maar wel een overtuiging die een grote rol speelt in onze samenleving. Het is daarom van belang dat we binnen het onderwijs aansluiten bij de wetten en regels die gelden en ook impliciet of expliciet onderwijzen in zaken als racisme. En nogmaals niet slechts vertellen, maar echt onderwijzen! Dit gezegd te hebben komen we terug bij de startzin van deze paragraaf: ‘Als we stellen dat onderwijs in dienst staat van de samenleving, moeten scholen onderwijzen in de collectieve overtuigingen die in de betreffende samenleving gelden.’ Scholen bepalen niet de wetten en regels, ze spelen wel een belangrijke rol in de verspreiding ervan. Het is niet de taak van de school om een revolutie te starten en ze zouden dat dan ook niet als speerpunt moeten hebben. De normen en waarden die scholen en leerkrachten erop nahouden zullen altijd ondergeschikt zijn aan de regels en wetten in Nederland. Als een leerkracht of school nastreeft dat iedere leerling iets anders heeft geleerd aan het einde van zijn schoolcarrière, vallen regels en wetten in Nederland ten prooi aan een open interpretatie.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page