top of page

Wat is nu eigenlijk kennis?

  • 17 jan 2021
  • 3 minuten om te lezen

Kennis. Het is een gegeven dat weinig mensen binnen het onderwijs als ‘onbelangrijk’ zullen bestempelen. Gelukkig maar; kennisoverdracht blijft toch een van de pijlers van het onderwijs. Toch staat kennis onder druk. Deze ‘druk’ heeft alles te maken met de vraag of een vast kennisaanbod nog wel van deze tijd is. Steeds vaker vraagt men zich af welke kennis kinderen nu tot zich moeten nemen. Moeten alle kinderen hetzelfde aangeboden krijgen, mogen kinderen zelf beslissen welke kennis ze tot zich willen nemen of moet het een combinatie van beiden zijn? De kerndoelen bieden helaas weinig duidelijkheid. Zie bijvoorbeeld kerndoel 44: 'De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving,relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik (TULE, z.d.)' Er wordt niet duidelijk welke producten centraal moeten staan of welke relaties er gelegd moeten worden. Wat kinderen van dit leerdoel meenemen en wat ze er mee kunnen, mogen scholen zelf bepalen zo lijkt het.


Als we over kennis spreken in neurologische termen spreken we over elektrische signalen die via neuronnetwerken opgeslagen zijn in het brein (University of Queensland, 2018). Als persoon ben je de hele dag bezig met het verwerken van prikkels die via je zintuigen binnenkomen. De prikkels, denk hierbij aan lichtinvallen (beeld) of trillingen (geluid), worden door speciale neuronen (cellen) omgezet in elektrische signalen. Deze signalen kunnen in het brein worden opgeslagen in netwerken (Wijnen, 2018). Met netwerken bedoelen we de verbindingen tussen neuronen in het brein. Wanneer een prikkel wordt opgeslagen in een netwerk en diezelfde prikkels op een later moment weer binnenkomen, zal hetzelfde netwerk worden geactiveerd. De mate van herhaling of de intensiteit van de ervaring zal bepalen hoe sterk de verbindingen binnen deze netwerken zullen zijn. De sterkte van de verbindingen tussen neuronen wordt bepaald door het aantal kanalen tussen de presynaptische en post-synaptische cellen. Deze zorgen ervoor dat elektrische stromen, die de prikkels van buitenaf (visueel, auditief etc.) vertegenwoordigen, kunnen worden overgedragen aan andere cellen in het brein. De hoeveelheid kanalen tussen de cellen binnen een netwerk bepaalt met welke frequentie de kennis kan worden opgehaald (Freeman, 2020). Een belangrijk gegeven hierbij is: if they fire together, they wire together. Een voorbeeld: wanneer een moeder haar kind aankleedt en expliciet benoemt dat bij de jas de klankcombinatie j-a-s- hoort, worden er twee netwerken aan elkaar gekoppeld. Één netwerk staat voor het beeld van de jas en één netwerk voor de klankcombinatie van het woord jas. Omdat de netwerken met elkaar in verbinding staan zal het kind bij het zien van haar jas, automatisch aan de bijbehorende klankcombinatie denken. Bij neuronnetwerken is er altijd sprake van neuroplasticiteit. Neuroplasticiteit wil zeggen dat verbindingen tussen neuronen kunnen afzwakken en zelfs verdwijnen (Konrad, 2018). Dit is fijn, want het betekent dat verkeerde aannames vergeten kunnen worden. Dit afzwakken gebeurt wanneer je niet meer denkt aan de verkeerde aanname en juist aan iets heel anders gaat denken bij een bepaalde prikkel. Deze neuroplasticiteit treedt niet altijd direct in werking en enige volharding is dus nodig.

Samenvattend is kennis de combinatie van opgeslagen prikkels in neuronnetwerken. Deze prikkels komen binnen via de zintuigen en worden omgezet in elektrische signalen. Deze signalen worden via kanalen in de membranen van neuronen doorgegeven. Hoe meer kanalen er zijn, des te sneller elektrische signalen worden doorgegeven. Sterke verbindingen zorgen er daarom voor dat je snel toegang hebt tot bepaalde kennis. Sterke verbindingen komen voort uit intense/sterke prikkels of een hoge mate van herhaling van eenzelfde prikkel.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page